Ben je van plan binnenkort een nieuwe videokaart te kopen? Dan kun je maar beter snel zijn. Nvidia heeft de RTX 5060 zonder aankondiging van de markt gehaald, de RTX 5060 Ti met 16GB geheugen dreigt hetzelfde lot te ondergaan, en de prijs van een RTX 5090 ligt inmiddels ruim boven het dubbele van de introductieprijs. De oorzaak zit niet bij Nvidia of AMD zelf, maar bij een geheugentekort dat wordt aangewakkerd door de AI-industrie.
De RTX 5060 is spoorloos verdwenen
Winkels melden dat de RTX 5060 al weken niet meer leverbaar is en volgens ingewijden in de toeleveringsketen duurt het minstens een half jaar voordat de kaart terugkeert. Het gaat niet om een tijdelijke hapering: Nvidia verlaagt de productie van de hele RTX 50-serie met naar schatting 15 tot 20 procent. De RTX 5060 Ti met 16GB videogeheugen staat op de nominatie om helemaal te verdwijnen, terwijl de 8GB-uitvoering wel gewoon leverbaar blijft. Voor wie een pc bouwt en op een budget let, is dat een pijnlijke keuze: minder geheugen voor hetzelfde geld, of wachten op een kaart die misschien nooit meer terugkomt.
Aan de bovenkant van het assortiment is het al niet veel beter. Een RTX 5090 kost in Zuid-Korea inmiddels omgerekend zo'n 5.100 dollar, ruim boven de oorspronkelijke adviesprijs. PC Gamer noemt het inmiddels een structureel probleem in plaats van een tijdelijke piek.
Waarom AI de schuld krijgt
Het echte probleem zit niet in de GPU-chip zelf, maar in het geheugen eromheen. Videokaarten gebruiken GDDR7-geheugen, en dat concurreert nu rechtstreeks met de High Bandwidth Memory die datacenters nodig hebben voor AI-training. Analisten schatten dat AI-datacentra in 2026 tot 70 procent van de wereldwijde geheugenproductie opslokken. In 2022 lag dat aandeel nog rond de 20 tot 30 procent. Samsung, SK Hynix en Micron, samen goed voor meer dan 95 procent van de wereldwijde DRAM-productie, hebben hun fabrieken herschikt om vooral AI-geheugen te produceren. Wat overblijft voor gewone consumentenproducten, is simpelweg minder.
De wereldwijde geheugencrisis die eind 2025 begon, raakt inmiddels niet alleen videokaarten, maar ook gewone RAM-modules en SSD's. Vaste-prijscontracten voor geheugen liepen eind vorig jaar af, waarna AMD in januari de prijzen van zijn kaarten met ongeveer 10 procent verhoogde. Nvidia volgde een maand later. Sindsdien gaat het alleen maar sneller bergafwaarts voor de portemonnee van gamers.
Wat dit voor jouw portemonnee betekent
Videokaarten liggen op dit moment gemiddeld zestien procent boven de adviesprijs, in de Verenigde Staten zelfs rond de tweeëntwintig procent. Dat is geen incident bij één winkel, maar een patroon dat wereldwijd terugkomt zodra voorraad schaars wordt. Wil je binnenkort een custom game-pc samenstellen, dan loont het dus om nu te vergelijken in plaats van te wachten op een prijsdaling die er voorlopig niet aankomt.
Ook fabrikanten van complete pc's voelen de druk. MSI liet aan investeerders weten dat de prijzen van gaming-hardware dit jaar met 15 tot 30 procent kunnen stijgen, als gevolg van zowel het tekort aan GPU's als de DRAM-schaarste. Voor wie toch een systeem wil optuigen om een zwaar spel als Persona 6 of Forza Horizon 6 soepel te draaien, betekent dit dat de instapprijs voor een fatsoenlijke pc dit jaar merkbaar hoger ligt dan vorig jaar.
Dit voelt bekend, en toch is het anders
Wie al wat langer meedraait in pc-gaming, denkt misschien terug aan 2021, toen cryptomining de voorraad videokaarten leegtrok en de prijzen maandenlang torenhoog bleven. Dit keer is de dynamiek anders. Mining-tekorten losten zichzelf op zodra de cryptomarkt instortte. De vraag naar AI-geheugen komt niet uit een speculatieve markt die morgen kan crashen, maar uit techreuzen als Google, Amazon, Microsoft en Meta, die volgens branchebronnen open-ended bestellingen plaatsen bij geheugenfabrikanten en simpelweg alles afnemen wat beschikbaar is, ongeacht de prijs. Dat maakt de huidige schaarste veel hardnekkiger.
Fabrikanten van geheugenchips zijn zelf ook niet optimistisch. Nieuwe fabrieken die de productie kunnen opschroeven, draaien pas op volle capaciteit vanaf 2028. Tot die tijd blijft videogeheugen het schaarse onderdeel dat de prijs van een complete kaart bepaalt, niet de rekenkracht van de chip zelf.
AMD en Intel ontsnappen niet aan het probleem
Het is verleidelijk om te denken dat overstappen op AMD of Intel de oplossing is, maar ook die fabrikanten kopen hun geheugenchips bij dezelfde drie leveranciers. AMD verhoogde de prijzen van zijn Radeon-kaarten in januari met ongeveer tien procent, precies om dezelfde reden als Nvidia een maand later deed. Intel worstelt met vergelijkbare geheugenkosten voor zijn Arc-kaarten, terwijl het bedrijf zelf ook klant is bij Samsung en SK Hynix voor de chips in zijn eigen processoren. Wie op zoek is naar een uitweg via een ander merk, komt dus uit bij dezelfde krappe markt.
Moet je nu kopen of toch wachten
Als je kaart het nog doet, is wachten voorlopig geen slecht plan: de kans dat prijzen dit jaar dalen, is klein. Is je huidige kaart echt aan vervanging toe, dan is het verstandiger om nu toe te slaan zodra je een model tegen een redelijke prijs tegenkomt, in plaats van te hopen op een daling die pas over jaren komt. Houd vooral de 8GB-varianten in de gaten als alternatief zodra de 16GB-modellen verdwijnen, en reken bij een nieuwe pc-build op een budget dat een stuk hoger ligt dan de prijzen die je nog van vorig jaar in je hoofd hebt.