Eind juni ging de Steam Machine eindelijk in de verkoop, na jaren speculeren en een aankondiging die al in november 2025 plaatsvond. Nu, ruim twee maanden later, is het stof neergedaald en weten we precies wat je krijgt voor je geld. Het korte antwoord: een indrukwekkend apparaat met een prijskaartje dat veel gamers alsnog laat twijfelen.
Waar Valve oorspronkelijk mikte op een scherpe prijs, moest het bedrijf die belofte bijstellen door een wereldwijd tekort aan geheugen en opslag. Dat tekort raakt niet alleen de Steam Machine, ook videokaarten zijn de afgelopen maanden fors duurder geworden. De vraag is dus niet alleen wat de Steam Machine kan, maar of het prijskaartje in verhouding staat tot wat je terugkrijgt.
Wat krijg je voor je geld
De Steam Machine is er in twee varianten: 512 GB voor 1049 dollar en 2 TB voor 1349 dollar, in Europa reken je op minimaal 1039 euro voor de instapversie. Onder de motorkap zit een semi-custom AMD-chip met een Zen 4-processor en een RDNA 3-videokaart met 28 compute units, tegenover de 8 van de Steam Deck. Valve claimt dat het apparaat ruwweg zes keer sneller is dan de handheld, genoeg voor 4K-gaming op 60 fps met raytracing en FSR aan.
Het ding is compact, weegt 2,6 kilo en past zonder problemen onder je tv. Wie liever zelf een systeem samenstelt met vergelijkbare specificaties, kan ook kijken naar hoe je een custom game-pc samenstelt, al mis je dan het gemak van een kant-en-klaar systeem dat binnen een kwartier speelklaar staat. Uit de doos halen, aansluiten en spelen kost bij de Steam Machine amper een kwartier, inclusief de eerste software-update. Voor iemand die geen zin heeft in drivers installeren of BIOS-instellingen uitzoeken, is dat precies het verkoopargument.
Naast de Steam Machine bracht Valve tegelijk twee accessoires uit die er dicht op aansluiten: een nieuwe Steam Controller en de Steam Frame, een vr-bril die met dezelfde SteamOS-bibliotheek werkt. Alle drie zijn los te koop, maar zijn duidelijk ontworpen om elkaar te versterken. Wie nu instapt, koopt dus niet alleen een doosje onder de tv, maar een klein ecosysteem.
Waarom hij duurder uitpakt dan gehoopt
Valve was hier zelf opvallend eerlijk over. In een update op de Steam-nieuwspagina liet het bedrijf weten dat de geheugentekorten sneller opliepen dan verwacht, mede doordat techreuzen als Google, Microsoft en OpenAI dezelfde chips opkopen voor hun datacenters. Dat duwt de prijzen van RAM en opslag omhoog voor iedereen die hardware bouwt, van gameconsoles tot gewone laptops. Ingenieurs van Valve gaven in juli al aan dat ze voor het einde van het jaar geen daling verwachten.
Dat maakt de timing van de release ongelukkig. Een apparaat dat was bedoeld om PC-gaming toegankelijker te maken, komt nu op de markt met een prijs die dichter bij een complete gaming-pc ligt dan bij een console.
SteamOS wint het van Windows 11
Het meest verrassende aan de Steam Machine is niet de hardware, maar het besturingssysteem. SteamOS draait op Arch Linux met KDE Plasma als schil en start direct op in Big Picture Mode, zonder gedoe met een bureaublad. In tests op vergelijkbare hardware zorgde SteamOS voor tot 32 procent meer frames per seconde in Cyberpunk 2077 dan dezelfde hardware onder Windows 11. Dat is geen kleine winst, dat is het verschil tussen soepel spelen en af en toe haperen.
Valve deelt de voortgang en achtergrond van het project regelmatig op zijn eigen nieuwspagina, waar ook te lezen is hoe het bedrijf de eerste, minder succesvolle Steam Machine uit 2015 heeft gebruikt om dit keer alles zelf te ontwikkelen: hardware, software en accessoires. Dat is een groot verschil met tien jaar geleden, toen Valve alleen minimale eisen opstelde en de bouw aan andere fabrikanten overliet. Die versie flopte, mede doordat elke fabrikant zijn eigen afwerking en kwaliteit meebracht. Deze keer bepaalt Valve zelf elk onderdeel, van de behuizing tot de koeling.
Het addertje onder het gras: anti-cheat
Niet elke game werkt even soepel op SteamOS. Titels met strenge anti-cheatsoftware, zoals Valorant en League of Legends, draaien niet of nauwelijks op Linux. Voor competitieve multiplayer-spelers is dat een serieus obstakel, hoe snel de hardware ook is. Valve hoopt dat de groeiende populariteit van de Steam Machine ontwikkelaars overtuigt om Linux beter te ondersteunen, maar zolang dat niet gebeurt, blijft een deel van de bibliotheek onbereikbaar.
Ook grafisch gezien is er een beperking: alleen AMD-kaarten worden op dit moment ondersteund. Wie gewend is aan Nvidia in zijn setup, moet daar voorlopig aan wennen of wachten op bredere ondersteuning.
Wat dit betekent voor jouw volgende aankoop
De Steam Machine is geen impulsaankoop. Voor wie vooral singleplayer-games speelt, een simpel systeem in de woonkamer wil en niet wakker ligt van een prijskaartje boven de duizend euro, is het een van de makkelijkste manieren om zware games op een groot scherm te spelen. Voor competitieve gamers die afhankelijk zijn van Valorant, League of Legends of vergelijkbare titels, is het voorlopig geen vervanging voor een Windows-pc.
Het interessantste aan de Steam Machine is uiteindelijk niet het apparaat zelf, maar wat het laat zien over SteamOS. Als Valve die prestatiewinst weet door te trekken naar meer hardware, wordt de concurrentie met Windows 11 pas echt spannend.