Sony zwijgt in alle talen over de PlayStation 6, maar de geruchten die wel naar buiten sijpelen zijn niet bepaald geruststellend. Terwijl analisten en insiders zich buigen over onderdelenlijstjes en fabriekskosten, wordt één ding steeds duidelijker: de volgende PlayStation gaat je meer kosten dan de 599 euro die je nu voor een PS5 betaalt. Misschien wel flink meer.
Een tekort aan geheugenchips gooit roet in het eten
De oorzaak ligt niet bij Sony zelf, maar bij een wereldwijd tekort aan geheugenchips. Techbedrijven bouwen in razend tempo datacenters voor AI-modellen, en die datacenters slokken enorme hoeveelheden DRAM en opslagchips op. Fabrikanten als Samsung en SK Hynix draaien hun productielijnen liever om voor die winstgevende AI-klanten dan voor consumentenelektronica, waardoor de prijs van gewoon werkgeheugen de afgelopen maanden fors is gestegen. Op Wikipedia staat het tekort inmiddels uitgebreid gedocumenteerd, en de vooruitzichten voor 2027 zijn niet rooskleuriger. Zelfs techreuzen als Apple en Tesla hebben in eigen kwartaalcijfers al gewaarschuwd dat de chipschaarste hun marges raakt, wat aangeeft hoe groot het probleem inmiddels is geworden.
Je ziet dezelfde crisis al terug bij andere hardware. Videokaarten zijn dit jaar ook ineens torenhoog geprijsd, en dat is geen toeval. Een PlayStation heeft net als een videokaart geheugenchips nodig, en die chips zijn simpelweg schaars en duur geworden. Wat voor gamers vervelend is bij een los onderdeel, wordt bij een complete console nog vervelender, want daar tellen meerdere dure componenten bij elkaar op.
Wat lekken en analisten verwachten
Concrete cijfers over de PS6 zijn er niet, want Sony heeft zelf toegegeven nog geen releasedatum of prijs te hebben vastgelegd. Wel circuleren er schattingen. Hardwarelekker KeplerL2 houdt het op een productieprijs van ongeveer 750 dollar voor de onderdelen alleen, terwijl andere bronnen tot ruim 950 dollar komen zodra je 30GB werkgeheugen en een SSD van 1TB meerekent. Newzoo-analist Manu Rosier denkt dat Sony psychologisch onder de grens van duizend dollar wil blijven, maar wijst er zelf op dat de PS5 Pro na twee prijsverhogingen in één jaar al op 899,99 dollar staat. De afstand naar duizend dollar is dus kleiner dan je zou willen.
Sommige geruchten gaan zelfs over uitstel. Sony zou overwegen de release door te schuiven naar 2028 of 2029 in plaats van het eerder verwachte 2027, in de hoop dat de geheugenprijzen tegen die tijd weer wat zijn gezakt. Gebeurt dat niet, dan betaal je straks gewoon meer voor minder vooruitgang, want een console die negen jaar na de PS5 verschijnt, moet wel een flinke sprong maken om die wachttijd te rechtvaardigen. Een uitstel van die omvang zou bovendien de langste pauze tussen twee generaties in de geschiedenis van PlayStation betekenen, en dat terwijl spelers nu al ongeduldig worden van de trage releasekalender op de huidige generatie.
De PS5 Pro liet al zien wat je te wachten staat
Wie denkt dat dit toekomstmuziek is, hoeft alleen naar de PS5 Pro te kijken. Die console kostte bij introductie 699 dollar en staat inmiddels op 899 dollar, twee prijsstijgingen verder binnen een jaar tijd. Sony experimenteert dus al met wat de markt kan verdragen, en de reacties op de sociale kanalen waren niet mals. Datzelfde patroon zie je terug bij abonnementen: PlayStation Plus werd onlangs ook al duurder voor nieuwe abonnees. De boodschap is duidelijk: wie in het PlayStation-ecosysteem zit, betaalt de komende jaren structureel meer, of dat nu voor hardware is of voor een abonnement.
Concurrentie van Xbox maakt het er niet beter op
Je zou verwachten dat concurrentie de prijzen drukt, maar bij consoles werkt dat dit keer averechts. Microsofts volgende Xbox, intern bekend als Project Fairwater of Project Helix, zou volgens geruchten tussen de duizend en 1500 dollar kunnen gaan kosten. Als de grootste concurrent al rekening houdt met zulke bedragen, heeft Sony minder reden om zichzelf goedkoop te positioneren. Het chiptekort raakt beide fabrikanten namelijk even hard, dus een prijzenoorlog zoals bij eerdere generaties ligt niet voor de hand.
Ook de bredere game-industrie voelt de onzekerheid, ook al gaat er nog altijd veel geld om. De verkoop van EA voor 55 miljard dollar eerder dit jaar laat zien hoeveel vertrouwen investeerders houden in de sector. Die deal bewijst dat er geld genoeg is, maar dat vertrouwen wordt uiteindelijk wel doorberekend aan de speler die straks een nieuwe console wil kopen.
Wat jij nu al kunt doen om straks niet te schrikken
Een garantie op een bepaalde prijs is er niet, maar je kunt je wel voorbereiden. Twijfelde je toch al over een PS5 Pro of een uitgebreide SSD-upgrade, dan is nu eigenlijk een prima moment: de huidige generatie wordt niet goedkoper zolang het geheugentekort aanhoudt. Wacht je liever op de PS6, houd er dan rekening mee dat je waarschijnlijk langer moet wachten dan gehoopt, en dat het bedrag op het prijskaartje flink kan tegenvallen. Sony heeft zelf toegegeven nog geen releasedatum of prijs te hebben vastgelegd, wat op zich al veelzeggend is. Zolang de chipmarkt niet afkoelt, blijft gokken op een vroege en betaalbare PS6 een risico dat je met open ogen neemt. Wie eerst reviews en definitieve prijzen wil zien voordat hij zijn portemonnee trekt, doet er in elk geval verstandig aan om dit jaar niet te veel te verwachten van officiële aankondigingen.